Moeilijk of ingewikkeld?

‘Nederland smacht naar een korte formatie en dat wordt ingewikkeld’. Dat stond in de krant, dus zal het wel kloppen. Ook is deze voorspelling in lijn met wat we zo langzamerhand gewend zijn. Zodra er een probleem opduikt, tegenwoordig devaluerend meestal ‘crisis’ genoemd, komt immers een politieke bestuurder voor de camera’s vertellen, dat het in de eerste plaats om een ingewikkeld probleem gaat. We horen dan nog niks over mogelijke oplossingen. Het eenvoudige probleem met dito oplossing lijkt zich niet meer voor te doen, dat is iets van vroeger. Ook heel erg van vroeger is het moeilijke probleem.

Terug naar vroeger brengt me bij de wiskundeles. De som die de leraar met een krijtje op het zwarte bord heeft gezet, maakt me duizelig. Wat een moeilijke som! Als ik er niet uitkom verklaar ik desgevraagd, dat ik de opgave moeilijk vind. De geduldige leraar knikt minzaam. Het kan aan de som liggen, maar zeker ook aan mij. Een medeleerling met een enorme wiskundeknobbel is er zó uit, niks moeilijk.

Wie een probleem als ‘moeilijk’ kwalificeert, terwijl hij of zij door ons met een stevig salaris is ingehuurd om onze problemen op te lossen, laadt de verdenking op zich incompetent te zijn: geen knobbel. Dat is niet goed voor de politieke carrière. Onze demissionaire premier vond de oplossing: niks is moeilijk, hooguit ingewikkeld. En een ingewikkeld probleem kan niemand zomaar oplossen, zelfs de grootste bolleboos niet. Alle politiek bestuurders volgden zijn voorbeeld: alles is nu ingewikkeld. Net als de wiskundeleraar knikken media en kiezers minzaam. Geeft niks, het ligt niet aan jou!

Ik ging eens na of het in de mode raken van ‘ingewikkeld’ ook meetbaar is. En ja hoor! De geweldige zoekmachine van het Brabants Dagblad leverde een mooie, significante trend op, het wordt allemaal steeds ingewikkelder. Maar – zoals men ziet – moeilijk bleef het ook.

2024